|
|
|
|
|
|
|
Onderwijsinspectie
De Wet op het onderwijstoezicht
Op 1 september 2002 is de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) in werking getreden. Voordat de WOT van kracht werd, stond de taak van de inspectie omschreven in de zogenaamde sectorwetten. Het nieuwe van de WOT is dat de inspectie, naast de al bestaande taak om toezicht te houden op het onderwijs, de wettelijke taak heeft de kwaliteit van het onderwijs te beoordelen en te bevorderen.
Drie uitgangspunten van de WOT
In de WOT staan drie uitgangspunten waaraan het inspectietoezicht moet voldoen:
1. Het toezicht moet de vrijheid van onderwijs en daarmee de eigen verantwoordelijkheid van de onderwijsinstellingen voor hun onderwijs in acht nemen. 2. Onderwijsinstellingen worden niet meer belast dan voor een zorgvuldige uitoefening van het toezicht nodig is. 3. Het toezicht is er mede op gericht te informeren over de ontwikkelingen in die sector, in het bijzonder over de kwaliteit ervan.
De WOT voor de scholen In de WOT staat onder meer dat de inspectie zich moet verantwoorden over de manier waarop zij het toezicht uitoefent. Dit staat in zogenaamde toezichtkaders die voor de grootste sectoren apart zijn gemaakt: basisonderwijs, voortgezet onderwijs, (speciaal) voortgezet onderwijs en expertisecentra, en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie.
|
|
|
|
|
|